RS toegang [56.4.03] voor In te kunnen loggen met de APP of remote servicing
ALS EERSTE INSTELLEN
RS toegangsnivo [56.4.03.1]
Gebruik deze optie om in te stellen wanneer de centrale remote wordt benaderd.
- 1=Uit Toegang voor remote service is uitgeschakeld.
- 2=Alles Uit De bediening op afstand is alleen toegestaan wanneer alle blokken of het
hele systeem zijn uitgeschakeld. - 3=Blok In De bediening op afstand wordt alleen toegestaan wanneer een van de blokken of het hele systeem is ingeschakeld.
- 4=Altijd Toegang altijd beschikbaar (standaard).
RS Toegang Mode [56.4.03.2]
Gebruik deze optie om de toegangsautorisatie te beheren en of de remote sessie wordt
gestart vanaf de centrale of een computer.
- 1=Direct toegang (DEZE GEBRUIKEN)
Hiermee is op elk moment toegang toegestaan (in combinatie met Toegangsnivo).
De toegang wordt gestart via de remote software. Zodra de toegang is geautoriseerd en
gestart, kan het uploaden, downloaden en de remote service beginnen. - 2=Manager autor. (ALLEEN GEBRUIKEN INDIEN VAN TOEPASSING STANDAARD DUS NIET)
Gebruik deze optie om ervoor te zorgen dat er toestemming van de sitemanager is vereist
voor remote toegang. Hier zijn twee manieren voor:
Beperkte toegangstijd – Remote Service moet zich 40 minuten nadat deze optie is
ingeschakeld, toegang verschaffen tot de centrale (zie optie 47.1.2.0). Zodra er een
verbinding tot stand is gebracht, is er geen limiet aan de toegangsduur. Wanneer de
verbinding wordt verbroken, kan binnen vijftien minuten via Remote Service opnieuw
toegang worden verkregen tot het systeem.
Terugbellen – De manager programmeert de centrale om een verbinding tot stand te
brengen met de computer voor remote service (zie optie 47.1.2.1) door een van de
IP-adressen voor terugbellen te selecteren die in het systeem zijn geprogrammeerd.
1=Terugbel IP 1-5 Er zijn vijf mogelijke IP-adres-/poortnummerbestemmingen die
kunnen worden geprogrammeerd. Zo wordt communicatie mogelijk met maximaal vijf verschillende Remote Service-locaties.
1=IP-adres Voer het IP-adres in van de pc waarop de
toepassing Remote Servicewordt uitgevoerd
2=Poortnummer Voer het poortnummer in dat op de computer is toegekend voor remote service (het standaard poortnummer is 10001).



